Er was een tijd dat ik niet boos kon worden. Tenminste, niet richting de ander.
Ik voelde het wel. De spanning in mijn borst. Mijn kaken die zich ongemerkt aanspanden. De discussies die ik in mijn hoofd voerde terwijl ik tegenover de ander vriendelijk zat te knikken. Van binnen was ik geïrriteerd of gekwetst, maar daar liet ik weinig van merken. Boos worden voelde gevaarlijk. Dus hield ik me in. Ik glimlachte, deed begripvol en vertelde mezelf dat het niet zo belangrijk was. De ander had het vast niet zo bedoeld. Laat maar. Geen gedoe.
Alleen verdween die boosheid daar niet mee.
Meestal voelde ik de boosheid pas later, wanneer ik alleen was. Dan kwamen de gesprekken terug en bedacht ik wat ik eigenlijk had willen zeggen. Langzaam drong het tot me door hoe boos ik was geworden. Die boosheid richtte zich ook wel op ander, maar uiteindelijk vooral op mezelf.
Ik was boos omdat ik alweer niets had gezegd. Omdat ik mijn grens had laten overschrijden en daarna vooral begrip had getoond, terwijl ik diep vanbinnen iets anders nodig had. Ik wilde de ander geen pijn doen, maar ondertussen deed ik mezelf tekort. Wat ík voelde werd steeds minder belangrijk en mijn ruimte steeds kleiner.
Ik denk dat veel mensen dit herkennen. Zeker wanneer je al jong hebt geleerd om conflicten te vermijden, je aan te passen of vooral rekening te houden met anderen. Je wordt er vaak een prettig mens van. Zorgzaam. Begripvol. Iemand die weinig problemen veroorzaakt.
Alleen heeft die houding soms ook een prijs. Die prijs betaalde ik vooral van binnen.
Toen ik later als lichaamsgericht therapeut ging werken, begon me iets op te vallen. Mensen die hun boosheid moeilijk konden voelen, beschreven zichzelf vaak helemaal niet als boos. Integendeel. Ze zagen zichzelf als rustig, vriendelijk en zorgzaam. Ze wilden niemand kwetsen en hadden een hekel aan ruzie.
Ondertussen vertelde hun lichaam echter een ander verhaal.
Ik zag gespannen kaken, schouders die voortdurend hoog stonden en ademhalingen die nauwelijks tot in de buik kwamen. Er waren mensen die veel piekerden, slecht sliepen of steeds vermoeider werden. Sommigen hadden last van hoofdpijn, nek- en schouderklachten of een onrust die ze moeilijk konden plaatsen.
Het fascinerende is dat het lichaam vaak al iets laat zien, lang voordat je er woorden voor hebt.
Ik moest daarbij regelmatig denken aan mijn eigen nagelbijten. Jarenlang zag ik dat als een onschuldige gewoonte. Pas veel later begon ik te begrijpen dat er onder die kapotgebeten nagels ook iets anders zat. Ingehouden spanning. Ingeslikte boosheid. Energie die geen uitweg had gevonden.
Ons lichaam vergeet niet zo snel.
Boosheid heeft niet zo'n goede naam. Veel mensen denken bij boosheid aan schreeuwen, ruzie maken of de controle verliezen. Geen wonder dat we haar liever op afstand houden.
Toch is boosheid een heel menselijke emotie. Ze laat je voelen dat iets belangrijk voor je is, dat er een grens geraakt wordt en dat er iets om aandacht vraagt.
Wanneer die energie steeds wordt ingehouden, verdwijnt ze niet. Ze zoekt een andere weg. Soms verandert ze in verdriet. Soms in schuldgevoel of schaamte. Soms trekt ze zich terug in het lichaam en uit zich dat in vermoeidheid, spanning of lichamelijke klachten.
Ik herken dat ook uit mijn eigen leven. Er waren periodes waarin ik me vlak voelde, moe en somber. Achteraf zie ik dat er onder die somberheid vaak veel ingehouden boosheid zat. Geen vurige woede, maar een stille boosheid die zich langzaam tegen mijzelf had gekeerd.
Alsof er zand in mijn systeem was gekomen.
Depressie gaat niet altijd over onderdrukte boosheid. Het leven is daar veel te ingewikkeld voor. Toch zie ik in mijn werk regelmatig dat er onder somberheid, leegte en vermoeidheid emoties liggen die lange tijd weinig ruimte hebben gekregen. Verdriet, angst en schaamte spelen daarin vaak een rol, maar zeker ook boosheid kom ik regelmatig tegen.
Veel mensen met depressieve klachten hebben ooit geleerd dat hun gevoelens niet echt welkom waren. Ze werden sterk, verantwoordelijk en begripvol. Ze gingen door, hielden rekening met anderen en verloren onderweg steeds meer het contact met zichzelf.
Er dooft dan langzaam iets. Niet ineens, maar bijna ongemerkt.
Soms moet ik denken aan een open haard waarin nog vuur aanwezig is, maar waar steeds meer as overheen is gekomen. Van buiten lijkt er weinig leven meer in te zitten, terwijl er diep van binnen nog warmte aanwezig is.
Misschien is depressie soms ook een vorm van ingehouden vuur.
Voor mij begon er iets te veranderen toen ik anders naar boosheid leerde kijken. Langzaam begon ik te begrijpen dat boosheid niet tegen mij werkte. Ze probeerde me iets duidelijk te maken. Ze liet zien op welke momenten ik mezelf voorbijliep, wanneer ik iets te slikken had wat eigenlijk niet van mij was en waar ik meer ruimte mocht innemen.
Dat betekende niet dat ik opeens overal iets van moest vinden. Ook niet dat ik voortdurend mijn grenzen moest verdedigen. Het begon veel kleiner.
Met een irritatie die ik serieus nam, met een spanning in mijn kaken waar ik nieuwsgierig naar werd, met een "nee" die ik niet meteen wegredeneerde, met het besef dat wat ik voelde er ook toe deed.
Langzaam groeide er iets wat ik lang niet had gevoeld, iets van stevigheid, alsof ik mezelf weer wat meer begon te bewonen.
Wanneer mijn cliënten weer contact krijgen met hun boosheid, zie ik dat ze meer energie gaan ervaren. En zo gaat dat. Als je gevoel weer mee mag doen. Er ontstaat meer duidelijkheid, meer zelfrespect en vaak ook meer rust.
Het is niet zo dat boosheid meestal oorlog wil. Nee, ze wil gehoord worden. En wanneer dat gebeurt, ontstaat er ruimte voor iets wat veel mensen zijn kwijtgeraakt. De ruimte om jezelf serieus te nemen, je grenzen te voelen en weer wat meer deel te nemen aan je eigen leven.
Misschien herken je iets van dit verhaal. Misschien merk je dat je vooral boos bent op jezelf, terwijl je naar anderen toe juist heel begripvol bent. Misschien voel je vooral vermoeidheid of leegte en heb je nooit stilgestaan bij wat daaronder verscholen kan liggen.
Dan hoef je dat niet alleen uit te zoeken.
Tijdens een kennismakingssessie Landen in je lijf onderzoeken we samen wat jouw lichaam al die tijd met zich mee heeft gedragen en wat er nodig is om weer meer rust, ruimte en levenslust te ervaren. Je hoeft daarvoor niet eerst alles te begrijpen. Soms begint er al iets te verschuiven wanneer je lichaam merkt dat het serieus wordt genomen en niet langer alles alleen hoeft te dragen.
Klik hier voor meer informatie. Je bent van harte welkom.
Schrijf je in voor mijn Tesoro Thuis Brieven
Je leeft misschien vooral vanuit je hoofd en merkt pas hoe gespannen je bent wanneer…
Als je altijd last hebt van koude voeten, kan het handig zijn om eens te…
Onderdrukte emoties kunnen zich uiten in lichamelijke klachten, piekeren en depressieve gevoelens. Lees wat emotionele…
Veel vrouwen negeren ongemerkt hun emoties, waardoor ze zich depressief gaan voelen. Leer emoties en…
Veel vrouwen met adhd doen hun best om zich aan te passen aan de geldende…